icoontje 'dyslexie en andere leerproblemen'Definities van dyslexie

Jammer genoeg is er niet zoiets als dé definitie van dyslexie. Toch zijn er overeenkomsten in de verschillende definities.

Commissie Dyslexie

Een definitie uit een rapport van de Commissie Dyslexie van de Gezondheidsraad (Nederland), die vrij algemeen aanvaard en gebruikt wordt, is de volgende: 'Er is sprake van dyslexie wanneer de automatisering van woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt'.

Van der Leij

Van der Leij benadrukt daarbij de hardnekkigheid van de problemen in zijn definitie: 'Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen).' (bron: 'Lees- en spellingsproblemen: diagnostiek en interventie', A.J.J.M. Ruijssenaars en R. Kleijnen, Leuven / Amersfoort, Acco, 1995)

Belangrijk om te onthouden is dat dyslexie meestal samengaat met dysorthografie (in 90 tot 95% van de gevallen), vandaar wordt de en/of uit bovenstaande definities meestal gelezen als 'en'

Van der Vugt

Van der Vugt heeft de definitie van Van der Leij iets uitvoeriger beschreven en ziet dyslexie als een cognitieve, specifieke, levenslange, op biologische wijze aan een individu gebonden stoornis die belet, binnen een gemiddelde termijn, tot het voldoende vlot automatiseren te komen van de teken-klank-koppelingen van elke aan te leren taal en die het noodzakelijk maakt terug te vallen op spontane en/of onderwezen compensatietechnieken. (uit: 'Dyslexie - Wetenschappelijke afbakening' Peter van Vugt, Universiteit Antwerpen. Bron: 'Eerste hulp bij Leerstoornissen' van VZW Die-'s-lekti-kus)

Overeenkomsten in de meeste definities

twee volwassenen aan de computer, met koptelefoon Wanneer we bovenstaande informatie samenleggen, zien we enkele begrippen terugkomen:

Cognitief probleem:

niet de waarneming is gestoord, maar wel de verdere verwerking. De stoornis doet zich voor in een veld van nauw verwante vaardigheden, de intelligentie is zeker niet aangetast of niet bedreigd door de stoornis (i.t.t. ontwikkelingsstoornissen).
Onder impuls van Dumont werd IQ heel lang als belangrijk diagnose-criterium voor dyslexie beschouwd. Nu wordt dyslexie zowel beschreven voor laag normaal begaafde kinderen (bijv. IQ 85) als hoogbegaafde kinderen (bijv. IQ 126).

Blijvend karakter:

De kernstoornis verdwijnt niet; men mag dus niet elk moeizaam lezend kind dyslectisch noemen!

Individu-gebonden:

Er bestaat een grote variatie in ernst van dyslexie, veel subvormen. Dyslectici maken geen 'typische fouten', de gevoelstoestand beïnvloedt de frequentie en intensiteit van de symptomen ook sterk en elke dyslecticus reageert op zijn manier op de stoornis.

Biologische oorzaken:

Neurofysiologische en neuro-anatomische achtergronden (door de jaren heen is de nadruk geëvolueerd van visuele perceptie en oogmotoriek naar hemisfeerdominantie (talig / niet-talig), en heden naar verschillen in intra-hemisferische structuren tot erfelijkheid).

Binnen een gemiddelde termijn:

Daarom kan men moeilijk van dyslexie spreken voor de leeftijd van 8 à 9 jaar.

Voldoende vlot automatiseren:

Er zijn op elk leeftijdsniveau gradaties in de beheersing van de klank / teken - koppelingen; de vraag hoe men zwakke lezers van dyslectici onderscheidt, zorgde al vaak voor discussies.

Klank-teken-koppelingen:

Het moet benadrukt worden dat dit het essentiële kenmerk is, er is immers vaak comorbiditeit, waardoor de grenzen van dyslexie vaak vervagen (bijv. taalstoornis).

Elke aan te leren taal:

De persoon met dyslexie wordt bij het aanleren van een tweede taal geconfronteerd met hetzelfde frustrerende proces als toen hij de basisregels van zijn moedertaal onder de knie probeerde te krijgen.